het klooster

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ˈklostər]
Verbuigingen:  klooster|s (meerv.)

gebouw waar een groep mensen woont die leven voor hun geloof
Voorbeelden:  `kloostertuin`,
`nonnenklooster`,
`in het klooster gaan`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
hospitium kloostergebouw nonnenklooster

Spreekwoorden en zegswijzen
• op de kloosters reizen (=altijd bij vrienden of kennissen logeren)
Naar de spreekwoorden

17 definities op Encyclo
  1. gebouw waarin mensen zich helemaal aan het geloof wijden vb: in dit klooster wonen nog 100 nonnen Synoniem: abdij
  2. [Geschiedenis] Gebouw waarin monniken of nonnen afgescheiden van de buitenwereld leven.
  3. [ gebouwtypologieën] het klooster van het Escorial in Spanje
  4. Van Latijn Claustrum, dat ommuurd betekent. Een klooster werd een afgescheiden vestiging van gemeenschappen van mannen of vrouwen, die elkaar herkenden op het punt van hu...
  5. Christelijke (én Boeddhistische) wijze van organisatie van `spiritueel levende mannen en vrouwen`, die elkaar binnen muren (=claustrum) opzoeken om gezamenlijk hun belev...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met klooster:
kloostercongregatiekloostercongregatieskloosterkerkkloosterlingkloosterlingenkloostermopkloosterskloosterscholen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
klooster (gebouw, instelling waar religieuzen samenwonen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `klooster` kennen.