I de klem

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [klɛm]
Verbuigingen:  klem|men (meerv.)

1) voorwerp waarmee je iets kunt vastzetten of vangen
Voorbeelden:  `je haar met een klem omhoog houden`,
`wielklem`,
`mollenklem`

2)
met klem  (met nadruk) `Ze zei me met klem daar goed op te letten en voorzichtig te zijn.` Synoniem: nadrukkelijk


II klem

bijv.naamw.
Uitspraak:  [klɛm]

1) als iets of iemand helemaal vastzit en niet los kan komen
Voorbeeld:  `Mijn voet zit klem tussen de deur.`

2)
zich klem zuipen  (heel veel sterkedrank drinken) Synoniem:

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aandrang in de knel in de knoei klemhaak knel pen pin tang tetanus

Intensiveringen
Hoe kun je met klem een ander begrip versterken?
je klem zuipen;

12 definities op Encyclo
  1. stevig met iets verbonden, niet beweegbaar vb: Aries vinger zat klem tussen de deur je klem praten [allemaal dingen vertellen die niet met elkaar kloppen] voetangels en k...
  2. voorwerp waarmee je iets stevig kunt vastzetten vb: de papieren zaten met een klem aan elkaar iemand de klem op de neus zetten [hem in het nauw drijven] iets met klem bew...
  3. In het algemeen de aanduiding van een contact van een schakeling, waarop iets extern wordt aangesloten. Zo kent men ingangsklemmen en uitgangsklemmen.
  4. Let op: Spelling van 1858 eene spierkramp der dieren, bijzonder paarden, welke voornamelijk de kinnebakken sluit
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-men), soort voetangel, ijzeren beugel met veer; zamenpersing, nijping, kramp in den mond; nijptang; naauwe doortocht; [figuurlijk]...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met klem:
klem afklem vastklembordklemdeklemdenklemmenklemtklemtonenklemtoonklemtoonhomogramklemtoontekenklemzetten

Deze woorden eindigen op klem:
beklemmollenklemomklemfietsklemwielklemkaakklemaardklem

Herkomst volgens etymologiebank.nl
klem (voetangel)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `klem` kennen.