de pin

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [pɪn]
Verbuigingen:  pin|nen (meerv.)

staafje om iets mee vast te zetten
Voorbeelden:  `Zet het raam maar op de verste pin dan kan het lekker doorwaaien.`,
`de pin uit een handgranaat trekken`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bout feeks haring klem knijper pen speld tentharing

19 definities op Encyclo
  1. houten of metalen stift waarmee je iets vastzet vb: deze pin moet in dit gaatje iemand de pin op de neus zetten [zo onder druk zetten dat hij gehoorzaamt]
  2. Personal Identification Number. Code die bij elk mobiele telefoonabonnement wordt meegeleverd. Maakt het mogelijk om van bepaalde diensten en functies van het mobiele net...
  3. Personal Identification Number. De pin is het persoonlijke en vertrouwelijke paswoord van een bepaalde persoon. Bij een elektronische transactie bewijst de pin de identit...
  4. * Personal Identification Number: Identificatiecode gelijkaardig aan een paswoord, bvb. de PIN-code van de SIM-kaart in een GSM. * Process Identification Number: Identifi...
  5. Zelf gestempelde broche. Wordt vaak geruild op bijeenkomsten-beurzen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met pin:
pin vastpin-upspiñatapinautomaatpinautomatenpinbetalingpince-nezpincetpincettenpinchpinchenpinchtpinchtepinchtenpincodepincodespindapinda-Chineespinda'spindakaas
Toon alle woorden die beginnen met pin

Deze woorden eindigen op pin:
backspinkernspinelektronspinomspinspinkruipinzakspinkruisspinsuikerspinvogelspinwaterspinapin
Toon alle woorden die eindigen op pin

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. pin (scherp staafje)
  2. pin


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `pin`.