de stront

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [strɔnt]

1) poep
Voorbeeld:  `Er ligt veel hondenstront op straat.`
stront in je ogen hebben  ((iets dat duidelijk zichtbaar is) niet zien)
in de stront zitten  (problemen hebben)

2) ruzie
Voorbeeld:  `Die twee hebben stront.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
drek gedonder kak penarie poep schijt

Taaladvies
Waar komt de uitdrukking `Er is stront aan de knikker` vandaan? Zie Stront aan de knikker

Intensiveringen
Hoe kun je met stront een ander begrip versterken?
stronteigenwijs; strontvervelend; strontzat; zeven kleuren stront schijten;

6 definities op Encyclo
  • •poep • [scheikunde
  • Stront is een ander woord voor poep.
  • Spreekwoorden: (1914) Stront komt in platte volkstaal dikwijls voor; o.a. in de beteekenis ruzie (vgl. hd. stänkerei; stänkern, stänker, twistzoeker); zie ...
  • toestand van kwaad zijn op elkaar vb: hij heeft weer stront met zijn vrienden Synoniemen: bonje ruzie conflict onenigheid geschil ongenoegen onvrede wrijving twist onvert...
  • drek Jaar van herkomst: 1191-1200 (Rey )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met stront:
    strontenstrontiumstrontiumatoomstrontje

    Deze woorden eindigen op stront:
    poppenstront

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. stront (in pejoratieve samenstellingen)
    2. stront (vaste uitwerpselen)