kiepen

werkw.
Uitspraak:  ['kipə(n)]
Vervoegingen:  kiepte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gekiept (volt.deelw.)

neergooien
Voorbeeld:  `afval overboord kiepen`
Synoniem:  kieperen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dompen flikkeren gooien kantelen kelderen kieperen kippen omver kiepen tuimelen vallen

2 definities op Encyclo
  1. 1) Dompen 2) Flikkeren 3) Gooien 4) Kantelen 5) Kelderen 6) Kieperen 7) Kippen 8) Omkantelen 9) Omslaan 10) Tuimelen 11) Vallen
  2. omwerpen Jaar van herkomst: 1914 (GVD )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kiepen ( doen kantelen, doen omslaan)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 87% van de Vlamingen het woord `kiepen`.