de boeg

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bux]
Verbuigingen:  boeg|en (meerv.)

voorste deel van een schip
het over een andere boeg gooien  (een andere richting geven; op een andere manier proberen) `Omdat het gesprek moeilijk liep, gooide ze het over een andere boeg.`
voor de boeg hebben  (nog moeten doen of meemaken) `een moeilijke tijd voor de boeg hebben`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
neus steven voorsteven

Spreekwoorden en zegswijzen
• voor de boeg hebben (=nog voor zich hebben, te wachten staan)
• over een andere boeg gooien. (=een heel andere benadering gaan proberen om iets te trachten te bereiken.)
• iets voor de boeg hebben. (=nog werk te doen hebben. / Nog iets mee moeten maken)
• iets over een andere boeg gooien/wenden (=op een andere manier iets proberen)
• het over een andere boeg gooien/wenden (=het anders aanpakken)
Naar de spreekwoorden

14 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. voorste deel van een schip; op éénen - zeilen; vóór den - afkomen; dwars voor den - komen; [figuurlijk] op éénen -, allen te z...
  2. VOC - Scheepsbouw : voorzijde van de romp.
  3. Schouder b.v. bij paard en rund..
  4. het voorste, gebogen deel van een schip vb: we voeren met de boeg door hoge golven iets voor de boeg hebben [nog in het vooruitzicht hebben] het over een andere boeg gooi...
  5. • [scheepvaart] de voorkant van een schip.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met boeg:
boegbeeldboegbeeldenboegenBoegineesboegklampboeglastigboegseerboegseerdeboegseerdenboegseertboegserenboegsprietboegsprieten

Deze woorden eindigen op boeg:
ziekenboeg

Herkomst volgens etymologiebank.nl
boeg (voorste deel van een scheepsromp)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `boeg`.