instigeren

werkw.
Uitspraak:  [ɪnsti'xerə(n)]
Afbreekpatroon:  in·sti·ge·ren
Vervoegingen:  instigeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geïnstigeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

zorgen dat iets gebeurt formeel
Voorbeelden:  `een debat instigeren`,
`een oorlog instigeren`,
`deskundigheidsbevordering door het organiseren van scholingsactiviteiten en het instigeren van onderzoeken`
Synoniemen:  initiëren, op gang brengen


Synoniemen
aanzetten tot   opwekken   provoceren   

1 definitie op Encyclo
  • 1) Provoceren 2) Opstoken 3) Opwekken 4) Aandrijven 5) Aanzetten 6) Aansporen 7) Aanmoedigen
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van instigeren?
De verleden tijd van instigeren is 'instigeerde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft geïnstigeerd'.
Wat betekent instigeren?
'zorgen dat iets gebeurt'
Hoe spel je instigeren?
instigeren spel je I N S T I G E R E N
Wat is een ander woord voor instigeren?
Andere woorden voor instigeren zijn aanzetten tot, opwekken en provoceren.

Op andere websites
Zoek instigeren in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek instigeren op Google
Zoek instigeren op Woordenlijst.org
Zoek instigeren in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek instigeren op Wikipedia