de (m)/het filet

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [fi'le]
Verbuigingen:  filet|s (meerv.)

plat stuk vis of vlees zonder graten of botten
Voorbeelden:  `tongfilet`,
`runderfilet`
filet d'Anvers  (gerookte runderfilet)
filet américain  (fijngemalen rauw rundvlees vermengd met kruiden en andere dingen) Synoniem: preparé

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
filetstuk haasfilet haasje visfilet

10 definities op Encyclo
  1. Graatloos stuk vis of van het karkas losgesneden stuk vlees
  2. Graatloos stuk vis of van het karkas losgesneden stuk vlees.
  3. Let op: Spelling van 1858 Fr., het net, of vischwant, of vogelnet; ook eene netswijze gewevene stof voor dameskleeden; bij de boekbinders, de vergulde lijsten op den omsl...
  4. Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 stuk metaal, waarin gezet wordt, wat niet afgesneden is.
  5. 1) Anjer 2) Beenloos stuk vlees 3) Bereide vis 4) Boekbindersstempel 5) Boekbinderswerktuig 6) Boekdrukkerswerktuig 7) Botloos stuk vlees 8) Botloos vlees 9) Dun gesneden...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op filet:
hertenfiletkipfiletzalmfilet

Herkomst volgens etymologiebank.nl
filet (vlees of vis zonder bot of graat)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `filet`.