kwakkelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈkwɑkələ(n)]
Vervoegingen:  kwakkelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gekwakkeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (van het weer) dan weer vriezen dan weer dooien
Voorbeeld:  `Het blijft maar kwakkelen.`

2) steeds weer problemen hebben die niet heel ernstig zijn
Voorbeelden:  `kwakkelen met je gezondheid`,
`Dat bedrijf blijft maar aan het kwakkelen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
sukkelen tobben

2 definities op Encyclo
  1. 1) Beven 2) Niet doorvriezen 3) Ongestadig zijn 4) Sukkelen 5) Telkens wat ziek zijn 6) Telkens ziek zijn 7) Tobben 8) Zingen van een kwakkel
  2. sukkelen Jaar van herkomst: 1888 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kwakkelen (sukkelen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `kwakkelen`.