I het huishouden

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ˈhœyshɑudə(n)]
Verbuigingen:  huishouden|s (meerv.)

1) groep personen die samenwonen
Voorbeelden:  `Ruim 2 miljoen huishoudens in Nederland hebben digitale televisie.`,
`eenpersoonshuishouden`
Synoniemen:  gezin, huishouding

2) werk om je huis opgeruimd en schoon te houden
Voorbeeld:  `het huishouden doen`


II huishouden

werkw.Toon alle vervoegingen
Uitspraak:  [ˈhœyshɑudə(n)]

1) met veel lawaai schade veroorzaken
Vervoegingen:  hield huis (verl.tijd enkelv.) heeft huisgehouden (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `De storm heeft vannacht flink huisgehouden. Er zijn veel huizen beschadigd.`
Synoniem:  tekeergaan

2) huis en kleren schoon en netjes houden en voor het eten zorgen
Voorbeelden:  `Ik heb goed leren huishouden.`,
`Huishouden is niet wat ik graag doe.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bende gezin huishoudelijk werk huishouding huisraad tekeergaan

Spreekwoorden en zegswijzen
huishouden van Kea/Keja (=een rommelig huishouden)
• het huishouden van Jan Steen (=een slordige boel)
• een huishouden van Jan Steen. (=een rommelig huishouden hebben)
Naar de spreekwoorden

11 definities op Encyclo
  1. Een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Vaak is een huidhouden gebaseerd op bloedver...
  2. Een verzameling van één of meer personen die een woonruimte bewoont en daar zichzelf voorziet, of door derden wordt voorzien, in dagelijkse levensbehoeften.
  3. Een (particulier) huishouden bestaat uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte wonen en zelf in hun dagelijkse behoeften voorzien.
  4. Een huishouden bestaat uit één (alleenstaande) of meerdere personen. Een meerpersoonshuishouden is een zelfstandige en in huiselijk verkeer levende gemeenschap van twee...
  5. Een economische eenheid, zoals een gezin, een onderneming of de overheid.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met huishouden:
huishoudens

Deze woorden eindigen op huishouden:
eenpersoonshuishoudentweepersoonshuishouden

Herkomst volgens etymologiebank.nl
huishouden (het besturen van het huis)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `huishouden` kennen.