de huishouding

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈhœyshɑudɪŋ]
Verbuigingen:  huishouding|en (meerv.)

1) groep personen die samenwonen
Voorbeeld:  `eenpersoonshuishouding`
Synoniemen:  gezin, huishouden (1)

2) werk om je huis opgeruimd en schoon te houden
Voorbeeld:  `hulp in de huishouding`
Synoniem:  huishouden (2)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
familieleven huishouden inrichting

5 definities op Encyclo
  • al het werk dat in huis gedaan moet worden vb: zij hebben een hulp in de huishouding Synoniem: huishouden bewoners van een huis, gezin vb: deze kamerbewoner hoort niet bi...
  • 1) Familieleven 2) Gezin 3) Huishouden 4) Inrichting 5) Menage 6) Regeling van de dagelijkse zaken in huis
  • grondbegrip: is een economische eenheid, die zelfstandig opereert. bijv. een gezin, een organisatie, of bedrijf, of de ...
  • is een economische eenheid, die zelfstandig opereert. Bijvoorbeeld een gezin, een organisatie, of bedrijf, of de overheid.
  • is een economische eenheid, die zelfstandig opereert. Bijvoorbeeld een gezin, een organisatie, of bedrijf, of de overheid.(uit: begrippenlijst economie, 2002)
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met huishouding:
    huishoudingen

    Deze woorden eindigen op huishouding:
    waterhuishouding

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    huishouding