de huisarts

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈhœysɑrts]
Verbuigingen:  huisarts|en (meerv.)

je vaste dokter
Voorbeeld:  `de huisarts laten komen als je erg ziek bent`
Synoniem:  huisdokter

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
huisdokter

Taaladvies
Wat is het verschil tussen de waarnemend huisarts en de waarnemende huisarts? Zie de waarnemend huisarts / de waarnemende huisarts

6 definities op Encyclo
  • Huisarts is de benaming voor een gespecialiseerde arts die perifeer werkt (niet in een ziekenhuis) en die in België en Nederland het eerste station is voor mensen met p...
  • •arts die de eerste lijn van opvang vormt voor patiënten.
  • dokter naar wie je het eerst gaat als je ziek bent vb: de huisarts heeft me doorverwezen naar de specialist
  • 1) Algemene arts 2) Arts 3) Arts voor algemene ziekten 4) Beroep 5) Dokter 6) Geneesheer 7) Geneeskundige 8) Generalist 9) Huisdokter 10) Medicus 11) Medisch beroep 12) O...
  • arts die na zijn diplomering als basisarts de opleiding in de huisartsengeneeskunde volgde en vanuit zijn brede, generalistische scholing algemene, niet-specialistische m...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met huisarts:
    huisartsenhuisartsenposthuisartsenpraktijk

    Deze woorden eindigen op huisarts:
    ziekenhuisarts