accumuleren

werkw.
Uitspraak:  [ɑkymy'lerə(n)]
Vervoegingen:  accumuleerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is geaccumuleerd (volt.deelw.)

steeds meer worden of laten worden
Voorbeelden:  `Zijn geld accumuleert bij een bank.`,
`Je lever accumuleert vet.`
Synoniemen:  (zich) opeenhopen, (zich) opstapelen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
hopen opeenhopen verzamelen zich ophopen zich opstapelen

3 definities op Encyclo
  • Let op: Spelling van 1858 ophoopen, opstapelen, vermeerderen. Accumulatie, ophooping, vermeerdering
  • 1) Hopen 2) Opeenhopen 3) Verzamelen
  • opeenhopen Jaar van herkomst: 1524 (HWS )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    accumuleren (opeenhopen)