de wekker

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['wɛkər]
Verbuigingen:  wekker|s (meerv.)

klok die een geluid maakt om je te wekken
Voorbeelden:  `Ze zette de wekker op halfzes.`,
`Om acht uur ging de wekker.`,
`Ik gebruik mijn mobieltje als wekker.`,
`wekkerradio`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
alarm klok uurwerk wektoestel

Intensiveringen
Hoe kun je met wekker een ander begrip versterken?
aflopen als een wekker;

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 in de uurwerken een hamer, welke, op eenen willekeurig bepaalden tijd, snelle geraasmakende slagen aan eene klok maakt
  2. Uit `De lagere vaktalen: Taal der Loodgieters, zinkbewerkers en gasfitters` 1914 kleine spuwer boven 'n bak ofgoot, als veiligheidsklep voor buisverstopping.
  3. Uit `De lagere vaktalen: Taal van post-, telegraaf- en telefoonpersoneel` 1914 een wekkerinrichting.
  4. klokje dat op een bepaalde tijd geluid geeft om je wakker te maken vb: heb je de wekker op 7 uur ingesteld?
  5. 1) Alarm 2) Alarmapparaat 3) Alarmklok 4) Deel van een stoommachine 5) Klok 6) Onderdeel van een stoommachine 7) Porder 8) Soort horloge 9) Soort klok 10) Soort klokje 11...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met wekker:
wekkerradiowekkers

Deze woorden eindigen op wekker:
eierwekkerkookwekkerkeukenwekkerziekteverwekker

Herkomst volgens etymologiebank.nl
wekker

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `wekker` kennen.