heten

werkw.
Uitspraak:  ['hetə(n)]
Vervoegingen:  heette (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geheten (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) de naam hebben als genoemd
Voorbeelden:  `Ik heet John en hoe heet jij?`,
`een mooi restaurant in de bossen, 'Boslust' geheten`

2)
welkom heten  ((iemand) zeggen dat het fijn is dat hij of zij er is)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
luiden

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand iets heten liegen (=beweren dat iemand gelogen heeft)
• er zijn meer hondjes die Fikkie heten (=er zijn meer mensen/etc met dezelfde naam)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Noemen / heten: Zijn noemen en heten synoniemen?

6 definities op Encyclo
  1. die naam hebben vb: hoe heet je vader?
  2. [Belgisch Nederlands] (mogelijk hypercorrectie voor) noemen: Een iep wordt ook wel olm geheten
  3. •op een bepaalde wijze genoemd zijn.
  4. 1) Als naam hebben 2) Bestempelen 3) Bevelen 4) De naam dragen 5) Een naam dragen 6) Een naam hebben 7) Gebieden 8) Genaamd zijn 9) Genoemd worden 10) Heet maken 11) Hulp...
  5. [Nederlands] de naam dragen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op heten:
airbrushetenbleekschetencachetenesthetenschetenspirochetenzogeheten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
heten (genoemd worden)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `heten` kennen.