de heffing

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['hɛfɪŋ]
Verbuigingen:  heffing|en (meerv.)

het opleggen van een bedrag dat je moet betalen
Voorbeelden:  `de heffing van inkomstenbelasting`,
`het begrotingstekort opheffen door belastingheffing`,
`heffing van tolgeld`,
`heffing van boetes voor overtreders`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
belasting kosten leges losgeld luistergeld recht schatting tol

9 definities op Encyclo
  1. is een door de overheid opgelegde betaling.
  2. WE spreken van een heffing bij een bedrag dat door de overheid wordt vastgesteld en dat aan de overheid moet worden afgedragen. Heffingen leiden tot hogere kosten voor pr...
  3. Uit `De lagere vaktalen: Taal van post-, telegraaf- en telefoonpersoneel` 1914 extraheffing.
  4. geld dat je verplicht bent te betalen vb: de BTW op alles wat we kopen, is een heffing
  5. Fr: prélèvement [fiscaal recht] inning, invordering, oplegging (van belasting, boete, schoolgeld enz.)…
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met heffing:
heffingen

Deze woorden eindigen op heffing:
importheffingnaheffingontheffingopheffingkilometerheffingstrafontheffinginvoerheffingsolidariteitsheffingecoheffingmilieuheffingmachtsverheffingtolheffingvoorheffingloonheffing

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `heffing`.