de gezel

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  gezellen
Verbuigingen:  gezelletje

1) makker, reisgenoot

2) middeleeuwse ambachtsman in een gilde die nog niet de rang van meester of baas had verworven

3) handwerksman die als knecht onder een baas werkt


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
compagnon genoot hartsvriendin kameraad kornuit leerling maat pal partner vriend vriendin

8 definities op Encyclo
  1. iemand die met je meegaat vb: mijn reisgezel was Gisela
  2. Geschiedenis knecht van een gildenmeester
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-len), begeleider, medgezel, reisgezel; ambachtsknecht; jongman; boots-, matroos; vrij-, ongehuwd man. ~LIG, bijvoegelijk naamwoor...
  4. 1) Ambachtsman 2) Begeleider 3) Borst 4) Compagnon 5) Fellow 6) Gast 7) Geleide 8) Genoot 9) Graad in de vrijmetselarij 10) Handswerkman 11) Handwerksman 12) Hartsvriendi...
  5. makker Jaar van herkomst: 1100 (Willeram )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met gezel:
gezellengezelliggezelligheidgezelschapgezelschappengezelschapsdamegezelschapsspelgezelschapsspellen

Deze woorden eindigen op gezel:
levensgezelmetgezelvergezelvrijgezel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gezel (kameraad; handwerksman)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `gezel`.