de levensgezel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['levə(n)sxəzɛl]
Verbuigingen:  levensgezel|len (meerv.)

de levensgezel|lin

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['levə(n)sxəzɛ|lɪn]
Verbuigingen:  levensgezellin|nen (meerv.)

iemand met wie je een groot deel van je volwassen leven samenleeft
Voorbeeld:  `Zij is meer dan veertig jaar zijn levensgezellin geweest, maar ze zijn nooit getrouwd.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
echtgenoot eega levenspartner man partner

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Echtgenoot 2) Eega 3) Gade 4) Levenspartner 5) Partner 6) Vriend
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `levensgezel`.