I het totaal

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [toˈtal]

1) alle bedragen bij elkaar
Verbuigingen:  to|talen (meerv.)
Voorbeelden:  `Het totaal bedraagt honderdvijfentwintig euro.`,
`In totaal ben je me dertig euro schuldig.`
Synoniem:  som

2) alles
Voorbeeld:  `het totaal aan mogelijkheden`


II totaal

bijv.naamw.
Uitspraak:  [toˈtal]

geheel
Voorbeeld:  `een totale omwenteling`
Synoniem:  volledig


III totaal

bijwoord
Uitspraak:  [toˈtal]

helemaal
Voorbeeld:  `Ik maak me totaal geen zorgen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
absoluut alles belichaming compleet degelijk diepgaand diepgravend eenheid faliekant finaal gans geheel gezamenlijkheid grondig helemaal in het geheel lijnrecht niet oppervlakkig optelling radicaal samen schoon straal summum totaliteit volkomen volkomenheid volledig volledigheid voltalligheid

Intensiveringen
Hoe kun je met totaal een ander begrip versterken?
totale oorlog; totale zonsverduistering; totaal anders; totaal overstuur; totale afzondering; totale ontreddering;

6 definities op Encyclo
  1. zonder dat er iets ontbreekt vb: het totale bedrag is 120 gulden Synoniemen: heel volledig compleet voluit Tegenstellingen: deels gedeeltelijk partieel geheel van getalle...
  2. geheel en al, in alle opzichten vb: haar optreden was een totale mislukking Synoniem: compleet
  3. Let op: Spelling van 1858 total, Fr., totaliter, Lat., geheel, ten volle. Totaliteit, het geheel de gezamenlijkheid. In totum, Lat., gansch, geheel en al
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] geheel, ten volle. ~, o. de gezamenlijke som, geheel bedrag. *...TALITER, [bijwoord] gansch en al.
  5. 1) Absoluut 2) Afgestampt 3) Algeheel 4) Alles 5) Alles bij elkaar 6) Alles bijeen 7) Alles bijeengeteld 8) Allesomvattend 9) Allround 10) Belichaming 11) Bijwoord 12) Co...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op totaal:
subtotaal

Herkomst volgens etymologiebank.nl
totaal (geheel, compleet ; som, geheel bedrag)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `totaal` kennen.