het garen

zelfst.naamw.
Uitspraak:  xarə(n)]
Verbuigingen:  garen|s (meerv.)

gesponnen, dunne draad om mee te naaien
Voorbeeld:  `een klosje garen`
er (goed) garen bij spinnen  (ergens voordeel van hebben)
Het is goed spinnen van andermans garen.  (het is gemakkelijk om gul te zijn op kosten van iemand anders)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
draad hechtdraad rijgsnoer

Spreekwoorden en zegswijzen
• veel garen op zijn klos hebben (=veel te zeggen hebben - veel aanmerkingen maken)
• het is goed spinnen van een andermans garen (=met andermans eigendom kan men gemakkelijk kwistig omgaan)
• ergens garen bij spinnen (=er flink aan verdienen)
• er is geen goed garen mee te spinnen. (=iemand die niet in staat is goed samen te werken)
• de broek lappen en het garen toegeven (=er veel verlies aan overhouden)
Naar de spreekwoorden

16 definities op Encyclo
  1. dun touw, dat gevormd is door vezels te twijnen en
  2. Continue draad, enkelvoudig of samengesteld, gemaakt van fijne vezels door afwikkelen (zijde), spinnen of twisten. Gebruik `draad` wanneer de context niet uitsluitend tex...
  3. rooftochten ondernemen [ook: gaeren].
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-s), gesponnen draden (van vlas, hennep, zijde enz.); net [inzonderheid] om hazen en konijnen te vangen); in - en band doen, naaibe...
  5. Garen is een Franse jongensnaam. Het betekent `bewaker; beschermer.`.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met garen:
garenmarktgarens

Deze woorden eindigen op garen:
BulgarenHongarenijzergarenkokosgarensigarenvergaren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. garen (draad)
  2. garen (verzamelen)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `garen`.