het bedrog

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [bəˈdrɔx]

keer dat je iemand bedriegt
Voorbeelden:  `bedrog plegen`,
`iets door list en bedrog verkrijgen`,
`Trap niet in dat bedrog.`,
`gezichtsbedrog`
Synoniem:  misleiding
dromen zijn bedrog  (wat je droomt gebeurt niet in het echte leven)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bedriegerij illusie knoeierij leugen misleiding nep onwaarheid oplichterij zwend zwendelarij

10 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. [geen meervoud] bedriegerij, bedriegelijke handeling; - plegen; een heilig -, bedriegerij om bestwil. ~, huichelarij.
  2. bedriegerij Jaar van herkomst: 1265-1270 (CG Lut.K )
  3. iets gemeens en oneerlijks vb: het bedrog van de boekhouder is uitgekomen Synoniem: misleiding
  4. •het met kwade opzet misleiden van iemand.
  5. 1. (c) Een door de wederpartij opgewekte dwaling, waarbij sprake is van opzet. Dit bedrog geeft de bedrogene gedurende vijf jaar recht de overeenkomst te vernietigen. 2. ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op bedrog:
gezichtsbedrogboerenbedrogzelfbedrog

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bedrog (misleiding)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bedrog`.