de fiets

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [fits]
Verbuigingen:  fiets|en (meerv.)

vervoermiddel waarvan je de wielen via een kettingsysteem aan het draaien brengt door op pedalen te trappen
Voorbeelden:  `racefiets`,
`transportfiets`,
`de fiets nemen`
Wat heb ik nou aan mijn fiets hangen?  (wat overkomt me nou?)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
byciclette kar rijwiel stalen ros tweewieler velo zwijntje

Spreekwoorden en zegswijzen
• wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? (=wat gebeurt er nu voor iets raars?)
• op een oude fiets moet je het leren. (=lesmateriaal is zelden nieuw.)
• op díe fiets (=op die manier)
• geef mijn fiets terug (=grapje om Duitsers te wijzen op de Tweede Wereldoorlog, toen er veel fietsen geconfisqueerd werden.)
fietsen zijn (=weg zijn, ervandoor zijn)
Toon alle 7 spreekwoorden die fiets bevatten

Taaladvies
  1. Welke spelling is correct: oma`s fiets of oma`s-fiets? Zie Oma`s fiets / oma`s-fiets
  2. Wat is correct: fietster of fietsster? Zie fietster / fietsster


11 definities op Encyclo
  • Een twee- of meerwielig voertuig dat wordt aangedreven door spierkracht via pedalen (deze informele definitie komt niet voor in het RVV). Zie ook bromfiets, snorfiets en ...
  • vervoermiddel met twee wielen en trappers die je rond moet draaien vb: in Nederland heeft bijna iedereen een fiets wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? [verbaasd comment...
  • Amsterdams woord voor 5 gulden = 2 achterwielen
  • Motorlogger.
  • Ook al bestaat het wiel al duizenden jaren, toch duurde het tot het einde van de 18de eeuw voordat de voorloper van de fiets ontworpen werd. Het idee was niet vroeger ont...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met fiets:
    fiets rondfiets voorbijfietsafstandfietsbandfietsbandenfietsbelfietsbeleidfietsbellenfietsbrugfietscomputerfietscrossfietscrossenfietscrosstfietscrosstefietscrosstenfietscultuurfietsdragerfietsdynamofietselingfietselingen
    Toon alle woorden die beginnen met fiets

    Deze woorden eindigen op fiets:
    baanfietsbakfietsbergfietsbromfietscrossfietsdamesfietsdraadjesfietselektrofietsherenfietshuurfietskinderfietskoersfietsleenfietsligfietsmotorfietsomafietsopoefietsracefietsroeifietsrondfiets
    Toon alle woorden die eindigen op fiets

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. fiets (rijwiel)
    2. fiets (vijf gulden)