de fietsband

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['fitsbɑnt]
Verbuigingen:  fietsband|en (meerv.)

rubberen ring met lucht erin rond een wiel van een fiets
Voorbeeld:  `je fietsbanden oppompen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
band

3 definities op Encyclo
  1. •een binnen- of buitenband voor een fiets.
  2. 1) Band 2) Deel van een fiets 3) Deel van een rijwiel 4) Gummiband 5) Tuub 6) Veloband
  3. Een band van een fiets bestaat in de regel uit een binnen- en buitenband die om het voor- en achterwiel van een fiets zijn aangebracht. De binnenband waarin samengeperst...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met fietsband:
fietsbanden

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `fietsband` kennen.