de fietscomputer
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | ['fitskɔmpjutər] |
| Afbreekpatroon: | fiets·com·pu·ter |
| Verbuigingen: | fietscomputers (meerv.) |
apparaatje op je fiets dat de snelheid en gereden afstand registreert en laat zien op een beeldschermpje 1 definitie op Encyclo
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de fietscomputer' of 'het fietscomputer'?
Het is 'de fietscomputer', want fietscomputer is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die fietscomputer'.
Wat is het meervoud van fietscomputer?
Het meervoud van fietscomputer is 'fietscomputers'. Eén fietscomputer, twee fietscomputers.
Wat betekent fietscomputer?
'apparaatje op je fiets dat de snelheid en gereden afstand registreert en laat zien op een beeldschermpje'
Hoe spel je fietscomputer?
fietscomputer spel je F I E T S C O M P U T E R Op andere websites
Zoek fietscomputer in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek fietscomputer op
Google
Zoek fietscomputer op
Woordenlijst.org
Zoek fietscomputer in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek fietscomputer op
Wikipedia