fietscrossen

werkw.
Afbreekpatroon:  'fiets - cros - sen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  fietscrosste / fietscroste (verl.tijd )
Vervoegingen:  gefietscrosst / gefietscrost (volt.deelw.)

terreinwedstrijdrijden met de fiets sport
Voorbeeld:  `over een modderig parcours fietscrossen`