fêteren

werkw.
Uitspraak:  [fɛ'terə(n)]
Vervoegingen:  fêteerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefêteerd (volt.deelw.)

uiterst plezierig behandelen
Voorbeeld:  `je laten fêteren door iemand die wat van je wil`
fêteren op  (trakteren op) `je relaties fêteren op een uitgebreid diner`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
feesten fuiven

Deze woorden eindigen op fêteren:
profeteren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fêteren (iemand feestelijk onthalen en/of huldigen)