profeteren

werkw.
Verbuigingen:  profeteerde
Verbuigingen:  geprofeteerd

1) de toekomst voorspellen uit naam van een godheid
Voorbeeld:  `De ondergang van de wereld werd erin geprofeteerd.`

2) enz.
Voorbeeld:  `Zin met het profeteren in de tweede betekenis erin.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
aankondigen prediken

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bedrijvend werkwoord en ow. gelijkvloeiend (ik profeteerde, heb geprofeteerd), voorspellen, waarzeggen. *...TES, v. (-sen), vrouw ...
  2. 1) Aankondigen 2) Orakelen 3) Prediken 4) Toekomst voorspellen 5) Voorspellen 6) Voorzeggen 7) Waarzeggen
  3. Nederlands Voorspellen
  4. Profeteren is het verkondigen of uitspreken van een boodschap van God door een werking van de Heilige Geest. In het Oude Testament alleen door profeten, maar in het Nieu...
  5. voorspellen Jaar van herkomst: 1265-1270 (CG Lut.K )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
profeteren (voorspellen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 59% van de Nederlanders en 44% van de Vlamingen het woord `profeteren`.