zijd

Uitspraak:  [zɛit]


Zie ook:  wijd

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• wijd en zijd zijn (=bij iedereen bekend zijn)
• aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met zijd een ander begrip versterken?
wijd en zijd bekend;

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijwoord] wijd en -, overal, van alle kanten, naar alle zijden.
  2. bepaald visnet? De term komt in een lezing van A.F.L. van Holk over de visserij met waterschepen voor. Men kent een botzijd, een onderzijd en een bovenzijd.
  3. [Vergeten woorden] (bn.) 1) uitgestrekt, groot 2) wijd, breed: wijd en zijd overal 3) lang 4) diep, laag [= Noors sid, IJslands síður, ~ sedert, sinds, zein, zenen, zij...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zijd:
zijdezijde-industriezijdeaapjezijdeachtigzijdecoconzijdecoconszijdeglanszijdegrijszijdelingszijdenzijdenszijderoutezijderupszijderupsenzijdeszijdeurzijdevlinderzijdevlinderszijdeworm

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zijd in de uitdrukking wijd en zijd