enkelvoudig

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ɛŋkəl'vɑudəx]

als iets één persoon of ding betreft
Voorbeeld:  `Bij een enkelvoudig fietsongeval is alleen de fietser zelf en geen andere verkeersdeelnemer betrokken.`
Antoniemen:  samengesteld, meervoudig
Synoniem:  enkel
enkelvoudige interest  (rente op alleen je spaargeld en niet op de vorige rentes op je spaargeld) Antoniem: samengestelde interest
enkelvoudige bril  (bril met glazen van één sterkte) `een enkelvoudige bril hebben als je alleen dingen in de verte niet goed ziet` Antoniem: multifocale bril
enkelvoudige zin  (zin die bestaat uit één hoofdzin zonder bijzinnen) `'Ik ga naar de kapper' is een enkelvoudige zin.` Antoniem: samengestelde zin
enkelvoudig woord  (woord dat naar één persoon of ding verwijst) ``Kind' is een enkelvoudig woord, 'kinderen' een meervoudig woord.` Antoniem: meervoudig woord
enkelvoudige rugslag  (het zwemmen op je rug met beweging van alleen je benen zonder je armen) `De reddingsbrigade gebruikt de enkelvoudige rugslag bij het vervoer van drenkelingen.`
enkelvoudige kamer  (rechtscollege met maar één rechter die de zaak beoordeelt) Antoniem: meervoudige kamer

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
eenvoudig enkel

4 definities op Encyclo
  • In een unieke, niet samengestelde eenheid; uit één deel bestaand. Tegengesteld begrip Samengesteld
  • Uit `De lagere vaktalen: Taal van post-, telegraaf- en telefoonpersoneel` 1914 enkelvoudige aansluiting.
  • [abstracte algebra] - In de abstracte algebra, een deelgebied van de wiskunde, wordt de term enkelvoudig (of simpel) gebruikt om een algebraïsche structuur te beschrijv...
  • 1) Eenvoudig 2) Niet dubbel 3) Niet samengesteld 4) Simplex 5) Taalkundige term 6) Uni
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met enkelvoudig:
    enkelvoudigheid

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    enkelvoudig