I de enkel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ɛŋkəl]
Verbuigingen:  enkel|s (meerv.)

gewricht tussen het been en de voet
Voorbeeld:  `een verstuikte enkel hebben`


II enkel

bijv.naamw.
Uitspraak:  ɛŋkəl]

uit één ding, niet dubbel
Voorbeeld:  `een enkele of een dubbele boterham`
Antoniem:  dubbel
Synoniem:  enkelvoudig
&&&enkele reis  (alleen een kaartje voor de heenreis, niet de terugreis erbij) `&&&een enkele reis naar Amsterdam` Antoniem: retourtje


III enkel

bijwoord
Uitspraak:  ɛŋkəl]

niets anders dan
Voorbeelden:  `In de woestijn zagen we enkel zand, zand en nog eens zand.`,
`Ik wilde enkel en alleen zeggen dat je dat niet meer moet doen.`
Synoniem:  alleen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
alleen allmaar enig enkele enkelvoudig exclusief los slechts uitsluitend voetgewricht dubbel (antoniem)

Taaladvies
  1. Enkele / enkelen van hen: Wat is correct: (De soldaten zijn klaar voor uitzending naar het conflictgebied.) Enkele van hen vertrekken morgen al of Enkelen van hen vertrekken morgen al?
  2. Enkel - alleen: Wat is juist: Je kunt ons kantoor enkel via de hoofdstraat bereiken of Je kunt ons kantoor alleen via de hoofdstraat bereiken?


Intensiveringen
Hoe kun je enkel krachtiger uitdrukken?
doodenkel;

13 definities op Encyclo
  1. • [m] [anatomie] gewricht dat de voet met het been verbindt. • [n] [sport] enkelspel.
  2. alleen maar, niets anders dan dat vb: we hadden daar enkel regen enkel en alleen [alleen maar]
  3. weinig, een paar vb: we hadden maar enkele mensen uitgenodigd Tegenstellingen: boel hoop massa stoot veel bende talrijk tig ettelijke
  4. gewricht tussen been en voet vb: hij heeft zijn enkel verstuikt bij het hardlopen
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), of ENKLAAUW, [in de ontleedkunde] ) zeker gedeelte van den voet. ~, [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] niet dubbel; zonder...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met enkel:
enkel-nucleotide polymorfismeenkelbandenkelbandenenkelbladenkelingenkelrietenkelrietinstrumentenkelsenkelspelenkelspoorenkelsporenenkelsporigenkeltjeenkelvoudenkelvoudenenkelvoudigenkelvoudigheidenkelzijdig

Deze woorden eindigen op enkel:
besprenkelschenkellinkerenkelrechterenkelvenkel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. enkel (alleen)
  2. enkel (voetgewricht)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `enkel` kennen.