eenmaal

bijwoord
Uitspraak:  enmal]

1) één keer
Synoniem:  eens
Eenmaal, andermaal, verkocht.  (<woorden waarmee een veilingmeester vaststelt dat iemand iets heeft gekocht>)

2) op een bepaald moment in het verleden of in de toekomst
Voorbeelden:  `Als ik eenmaal met pensioen ben, dan ga ik een grote reis maken.`,
`Toen ze dat eenmaal had gezegd, wilde hij altijd bij haar blijven.`
Synoniemen:  ooit, eens

3) <om aan te geven dat iets niet meer te veranderen is>
Voorbeeld:  `Die dingen gaan nu eenmaal zo.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
eens ooit weleens

Spreekwoorden en zegswijzen
eenmaal gestolen altijd een dief (=een verkeerde daad wordt niet vlug vergeten)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  1. •een enkele keer. •"nu ~" een herinnering aan een gebeurd feit •"als ... ~" geeft een verandering in omstandigheden aan bij een bepaalde gebeurtenis
  2. ten slotte
  3. één keer vb: ik heb haar maar éénmaal gezien op een bepaald moment vb: als het eenmaal zover is ... voorgoed vb: als dat nu eenmaal gebeurd is, kunnen we verder
  4. 1) Bijwoord 2) Bijwoord van tijd 3) Een enkele keer 4) Een keer 5) Eens 6) Eenwerf 7) Ereis 8) Keer 9) Maar één keer 10) Niet tweemaal 11) Niet vaak 12) Ooit 13) Op een...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
eenmaal

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `eenmaal`.