I de week

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [wek]
Verbuigingen:  weken (meerv.)

periode van zeven dagen
Voorbeelden:  `Volgende week ben ik er niet.`,
`Over een week ben ik jarig.`,
`vorige/afgelopen week`,
`Het duurt weken voor het klaar is.`
door de week  (op werkdagen, niet in het weekend) `Door de week ga ik altijd om elf uur naar bed.`


II week

bijv.naamw.
Uitspraak:  [wek]

1) (van levend weefsel) slap en zacht
Voorbeelden:  `De hersenen zijn niet meer dan een weke massa.`,
`weekdier`

2) gevoelig, ontroerd, vol medelijden enz.
Voorbeeld:  `Hij pakte mijn hand, ik werd helemaal week vanbinnen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
drassig futloos klef kletsnat sentimenteel zwak

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn boontjes op iets te week leggen (=stellig op iets rekenen)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Heeft afgelopen week dezelfde betekenis als verleden week of vorige week? Zie Afgelopen / verleden / vorige week
  2. Wat is juist: < i>Hij wordt op het einde van de maand vijftig jaar< /i> of < i>Hij wordt aan het einde van de maand vijftig jaar< /i>? Zie Op / aan het einde van (de maand)


Intensiveringen
Hoe kun je week krachtiger uitdrukken?
volle week; week als boter; week als een mossel; week als was;

7 definities op Encyclo
  • Een week is in de huidige tijdrekening een periode van zeven dagen. In België en Nederland geldt tegenwoordig (voor katholieken) maandag als de officiële eerste dag va...
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Week``] Officier, onderofficier, korporaal van de W. wordt die officier, onderofficier of korporaal genoemd, die voor één of meer...
  • •tijdseenheid van 7 dagen, meestal beginnend op maandag of zondag.
  • periode van zeven dagen vb: we gaan een week op vakantie week in week uit [altijd] door de week [alleen op werkdagen, niet op zondag]
  • zacht en slap vb: door de vorst is het plastic week geworden in de week zetten [in het water zetten om schoon te laten worden]
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met week:
    week afweek losweekbladweekbladenweekdagweekdagenweekdierweekdierenweekeindeweekeindenweekeindesweekendweekenddagweekendenweekendhuwelijkenweekendsweekhartigweekhartigheidweekheidweekkaarten
    Toon alle woorden die beginnen met week

    Deze woorden eindigen op week:
    aankweekachteruitweekafweekbaalweekbacteriekweekbandenwisselweekbezweekBoekenweekdoorweekintroductieweekinweekKinderboekenweekkweeklijdensweeklosweekmidweekontweekopkweekopweeksportweek
    Toon alle woorden die eindigen op week

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. week (zacht)
    2. week (zeven dagen)