I de week

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [wek]
Verbuigingen:  weken (meerv.)

periode van zeven dagen
Voorbeelden:  `Volgende week ben ik er niet.`,
`Over een week ben ik jarig.`,
`vorige/afgelopen week`,
`Het duurt weken voor het klaar is.`
door de week  (op werkdagen, niet in het weekend) `Door de week ga ik altijd om elf uur naar bed.`


II week

bijv.naamw.
Uitspraak:  [wek]

1) (van levend weefsel) slap en zacht
Voorbeelden:  `De hersenen zijn niet meer dan een weke massa.`,
`weekdier`

2) gevoelig, ontroerd, vol medelijden enz.
Voorbeeld:  `Hij pakte mijn hand, ik werd helemaal week vanbinnen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
drassig futloos klef kletsnat sentimenteel zwak

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn boontjes op iets te week leggen (=stellig op iets rekenen)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Afgelopen / verleden / vorige week: Heeft afgelopen week dezelfde betekenis als verleden week of vorige week?
  2. Op / aan het einde van (de maand): Wat is juist: < i>Hij wordt op het einde van de maand vijftig jaar< /i> of < i>Hij wordt aan het einde van de maand vijftig jaar< /i>?
  3. Op / in een week: (tijd) Is het voorzetsel op correct in een zin als Op een week tijd is hij twee kilo afgevallen?


Intensiveringen
Hoe kun je week krachtiger uitdrukken?
volle week; week als boter; week als een mossel; week als was;

9 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (weken), tijdverloop van zeven dagen; bij de -, per -, in de -, elke week; over eene -, na verloop van zeven dagen; binnen eene -, v...
  2. weeke vogel: een vogel, die spoedig doodelijk getroffen wordt, b.v. een houtsnip
  3. zacht en slap vb: door de vorst is het plastic week geworden in de week zetten [in het water zetten om schoon te laten worden]
  4. periode van zeven dagen vb: we gaan een week op vakantie week in week uit [altijd] door de week [alleen op werkdagen, niet op zondag]
  5. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Week``] Officier, onderofficier, korporaal van de W. wordt die officier, onderofficier of korporaal genoemd, die voor één of meer...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met week:
week afweek losweekbladweekbladenweekdagweekdagenweekdierweekdierenweekeindeweekeindenweekeindesweekendweekenddagweekendenweekendhuwelijkenweekendsweekhartigweekhartigheidweekheidweekkaarten
Toon alle woorden die beginnen met week

Deze woorden eindigen op week:
doorweekontweekBoekenweekmidweeksportweeklijdensweekbandenwisselweekbacteriekweekopweekintroductieweekbaalweekafweekverweekkweekweefselkweekwerkweekaankweekKinderboekenweek
Toon alle woorden die eindigen op week

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. week (zacht)
  2. week (zeven dagen)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `week` kennen.