I eens

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ens]

met dezelfde mening
het eens worden  (tot overeenstemming komen)
We zijn het helemaal/roerend met elkaar eens.  (we hebben precies dezelfde mening)


II eens

bijwoord
Uitspraak:  [ens]

1) op een bepaald moment in het verleden of in de toekomst
Voorbeelden:  `Wanneer kom je weer eens langs?`,
`Ik heb hem wel eens gezien, maar dat is lang geleden.`
Synoniemen:  op een keer, ooit

2) nog een keer
Voorbeeld:  `Na de pauze duurde de film eens zo lang.`

3) <woord dat een bevel of verbod een beetje vriendelijker doet klinken>
Voorbeelden:  `Luister eens!`,
`Zeg eens!`

4)
eens even kijken  (<wat je zegt als je iets gaat onderzoeken>)
niet eens  (zelfs niet)


Synoniemen
eenmaal   keer   ooit   weleens   

Spreekwoorden en zegswijzen
• zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen (=ook al kan iemand iets heel goed, hij of zij zal ook wel eens een fout maken; dat is vergeeflijk)
• we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))
• het met zich zelf niet eens zijn (=niet kunnen beslissen)
• heb het hart eens (=heb de moed om dat te doen. (Eigenlijk: als je dat doet, zal ik je ongenadig straffen))
eens gezegd, blijft gezegd (=als iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
Toon alle 14 spreekwoorden die eens bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met eens een ander begrip versterken?
voor eens en voor altijd
Hoe kun je eens krachtiger uitdrukken?
gloeiend eens; roerend eens
Uitdrukkingen die eens betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
op dezelfde golflengte zitten;

9 definities op Encyclo
  • 1.éénmaal Voorbeeld: ‘Ze kwamen hun vader maar eens 's jaars bezoeken’ 2.in de verbinding: Voorbeeld: ‘eens of anders’: het éne of het andere, zus of zo, op de ene of andere manier Voorbeeld: ‘Nu zou hij een besluit nemen - eens of anders’ Voorbeeld: ‘Er moet toch eens of anders een besluit ...
  • eenzaam, treurig - Voorbeeld: ‘Daar op het hoogland, in hun eense afzondering, liepen zij op het verheven tafelvlak en beheersten er heel de vallei die voor hen open lag’
  • •"alleen predicatief: het ~ zijn-worden" •op enigerlei tijd in het verleden. •op een bepaald tijdstip in de toekomst. •modaal bijwoord dat een uitzondering of een voorstel uitdrukt.
  • op een keer vb: eens komt er een eind aan Synoniem: ooit Tegenstelling: nooit nog één keer vb: deze ruimte is eens zo groot als de vorige dezelfde mening hebben vb: we zijn het weer eens met elkaar het goed vinden, ermee akkoord gaan vb: ik ben het er niet mee eens
  • [Bargoens, boeventaal] achterdocht, vermoeden. De grandigers (politie) hebben eens op je.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met eens:
eensdaagseensdeelseensgezindeensgezindheideensklapseenslachtigeensluidendeenspaneensporigeenstemmigeenstemmigheideensterrenhotel

Deze woorden eindigen op eens:
ArmeensChileensDeenseveneensgeeneensineensMadrileensoneensopeensRoemeensSaraceensSloveensTsjetsjeensTurkmeensweleenswijdbeenshalfsteensesseensWeensSint-Heleens

Herkomst volgens etymologiebank.nl
eens (eenmaal)

Taaladvies
(dat) Zijn eenmaal/eenmaal dat en eens/eens dat correct in een zin als Eenmaal/eenmaal dat/eens/eens dat de tekst is afgewerkt, kan hij worden afgedrukt? Zie Eenmaal

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent eens?
'met dezelfde mening'
Hoe spel je eens?
eens spel je E E N S
Wat is een ander woord voor eens?
Andere woorden voor eens zijn eenmaal, keer, ooit en weleens.

Op andere websites
Zoek eens in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek eens op Google
Zoek eens op Woordenlijst.org
Zoek eens in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek eens op Wikipedia