de duw

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [dyw]
Verbuigingen:  duw|en (meerv.)

keer dat je duwt
Voorbeelden:  `een duw geven`,
`een duw krijgen`
Synoniemen:  zet, douw
iemand een duwtje in de rug geven  (iemand een beetje helpen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
duwtje por stoot stootje zet

4 definities op Encyclo
  1. door kracht uitoefenen proberen te verplaatsen vb: hij gaf me een duw, waardoor ik omviel een duwtje in de goede richting geven [helpen een beslissing te nemen]
  2. 1) Aai 2) Aanraking 3) Afzet 4) Boks 5) Dienst (rijks-) uitvoer werken (afk.) 6) Dienst uitvoering werken 7) Douw 8) Duwtje 9) Gooi 10) Harde aai 11) Hengst 12) Hort 13) ...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), stoot. ~EN, [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik duwde, heb geduwd), stooten, douwen.
  4. •een zet, een stoot.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met duw:
duw aanduw afduw induw onderduw opduw openduw voortduwbakduwbakkenduwbootduwbotenduwdeduwdenduwenduwt

Deze woorden eindigen op duw:
oogschaduwoverschaduwschaduwslagschaduwverduw

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `duw`.