de boodschap

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈbotsxɑp]
Verbuigingen:  boodschap|pen (meerv.)

1) wat je koopt in een winkel
Voorbeelden:  `boodschappen doen in de supermarkt`,
`boodschappentas`

2) wat je meedeelt
Voorbeelden:  `een boodschap inspreken op het antwoordapparaat`,
`je boodschap helder overbrengen`,
`met je uiterlijk en je kleren een boodschap uitdragen`,
`een geheime boodschap ontcijferen`
Synoniem:  bericht
je kunt hem om een boodschap sturen  (hij kan die taak goed aan, je kunt het aan hem overlaten)

3)
geen boodschap hebben aan  (niets te maken willen hebben met; je niets aantrekken van) `De meeste jongeren hebben totaal geen boodschap aan pagina's en pagina's tekst.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aangekochte aankoop aanschaf aanwinst acquisitie bekendmaking bericht gewag koop mededeling melding missie opgave relaas strekking tijding uitspraak vermelding verwittiging

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand om een boodschap sturen (=iemand een opdracht laten uitvoeren)
• geen boodschap aan iets hebben (=er zich niets van aantrekken)
Naar de spreekwoorden

10 definities op Encyclo
  • •overgebracht bericht •"vooral mv." inkopen van met name levensmiddelen
  • Datgene wat de detaillist of producent wil overbrengen naar de consument.
  • lastgeving
  • De maker van de tekst probeert bewust of onbewust jou deelgenoot te maken van zijn ervaringen, belevingen, gevoelens, emoties, e.d.. Kortom, hij heeft een boodschap.
  • Over te brengen en/of overgebracht informatie.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met boodschap:
    boodschappenboodschappenjongenboodschappenlijstboodschappentasboodschappenwinkelboodschapperboodschappersboodschapsterboodschaptboodschapteboodschapten

    Deze woorden eindigen op boodschap:
    kerstboodschapMaria-Boodschapreclameboodschap

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    boodschap (opdracht)