druppelen

werkw.
Uitspraak:  ['drʏpələ(n)]
Vervoegingen:  druppelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gedruppeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) druppels laten vallen
Voorbeelden:  `De kraan druppelt.`,
`last hebben van druppelen na het plassen`
Synoniem:  druppen
Het druppelt.  (het regent een beetje) Synoniem: het miezert

2) druppels doen in (iets)
Voorbeeld:  `je oren druppelen met slaolie als je doof bent`

3) (vocht) in druppels laten vallen
Voorbeeld:  `regelmatig braadboter druppelen op de rollade tegen het uitdrogen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afdruipen droppelen droppen druipen druppen sijpelen uitdruppelen

3 definities op Encyclo
  1. •"(onovergankelijk)" in druppels neervallen. •"(onovergankelijk)" druppels laten vallen. •"(overgankelijk)" in druppels laten neervallen.
  2. 1) Afdruipen 2) Dauwen 3) Droppelen 4) Droppen 5) Druipen 6) Druppen 7) In druppels neervallen 8) Leken 9) Lekken 10) Onmerkbaar doorlekken 11) Regenen 12) Sijpelen 13) S...
  3. in druppels (laten) vallen vb: de kraan druppelt
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
druppelen (in druppels laten vallen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `druppelen`.