de drup

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  druppen
Verbuigingen:  drupje

1) druppel
Voorbeeld:  `Uit de kraan komt geen drup.`

2) het vallen van druppels
Voorbeeld:  `Hoewel het gestopt was met regenen, zorgde de drup van de bomen ervoor dat we kletsnat thuis kwamen.`


Bron: WikiWoordenboek.

Spreekwoorden en zegswijzen
• van de regen in de drup (=niet veel opschieten, van moeilijke omstandigheden in nog moeilijkere omstandigheden terecht komen)
• de gestage drup holt de steen (uit). (=door het vol te houden wordt uitwindelijk wel het doel bereikt)
Naar de spreekwoorden

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Borrel 2) Drop 3) Droppel 4) Spat water 5) Vochtdeeltje 6) Vochtig deeltje
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met drup:
druppeldruppel binnendruppel indruppel nadruppelaardruppelaarsdruppeldedruppeldendruppelendruppelsdruppeltdruppendruptdruptedrupten

Deze woorden eindigen op drup:
waterdrup

Herkomst volgens etymologiebank.nl
drup = drop (druppel)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `drup`.