de nullijn

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['nʏlɛin]
Verbuigingen:  nullijn|en (meerv.)

op de nullijn zitten  (geen ontwikkeling doormaken, noch groei, noch afname) `De topinkomens blijven stijgen, terwijl gewone werkenden al jaren op de nullijn zitten.`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Lijn die in een verdeling het nulpunt aangeeft 2) Nulstreep 3) Onveranderde koopkracht 4) Regeling die de uitgaven op hetzelfde peil houden 5) Term uit de statistiek
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
nullijn

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `nullijn`.