het dorp

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [dɔrp]
Verbuigingen:  dorp|en (meerv.)

kleine plaats waar mensen bij elkaar wonen
Voorbeelden:  `vissersdorp`,
`Het hele dorp liep uit om de optocht te zien.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
buurtschap dremp gat kerkdorp

Spreekwoorden en zegswijzen
• in goede dorpen zijn/geraken (=zoveel verdiend hebben dat iemand niet meer hoeft te werken)
Naar de spreekwoorden

17 definities op Encyclo
  1. plaats die kleiner is dan een stad vb: ze is opgegroeid in een dorp op het platteland
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-en), verzameling van (meestal boeren) hutten of huizen, min of meer regelmatig in straten verdeeld, doch zonder poorten; [spreekwo...
  3. nederzetting met aantal inwoners, met een landbouwfunktie
  4. [Aardrijkskunde] Een plaats waar weinig mensen wonen en waar de woningdichtheid laag is
  5. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Dorp``] Men kan alle dorpen onderscheiden in verspreid en aaneengeschakeld gebouwde; de laatste weder in geslotene, wier omtrek ong...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met dorp:
dorpeldorpelingdorpelingendorpelsdorpendorpsbewonerdorpsgekdorpsgenootdorpshuisdorpshuwelijkdorpskerkdorpskerndorpsomroeperdorpsplein

Deze woorden eindigen op dorp:
kerkdorpbunkerdorpkustdorpspookdorpzeedorphoofddorppaaldorp

Herkomst volgens etymologiebank.nl
dorp (nederzetting)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `dorp` kennen.