de dorpsgenoot

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  dorpsgenoten
Verbuigingen:  dorpsgenootje

bewoner van hetzelfde dorp waar je zelf woont
Voorbeeld:  `Frantz begint kort na de Eerste Wereldoorlog. In een Duits dorp zien we hoe Anna (Beer) nagefloten worden door enkele dorpsgenotenVetgedrukte tekst: zij is in het zwart gekleed, na een bezoek aan het graf van haar verloofde Frantz, de mannen die haar het hof maken zijn verminkt door de oorlog. Ozon laat zijn zwart-witfilm traag op gang komen, de bitterheid en de shock van de oorlog zijn nog duidelijk voelbaar in dit Duitse provinciedorp. `


Bron: WikiWoordenboek.

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `dorpsgenoot` kennen.