de kruk

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [krʏk]
Verbuigingen:  kruk|ken (meerv.)

1) stoel zonder leuningen
Voorbeeld:  `barkruk`

2) knop op een deur om hem open te maken
Voorbeeld:  `deurkruk`

3) hoge stok die steun geeft bij het lopen
Voorbeeld:  `met krukken lopen als je enkel gebroken is`

4) iemand die slecht presteert
Voorbeeld:  `Wat een stelletje krukken!`
Synoniem:  kluns

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
barkruk broddelaar deurklink deurkruk hendel klink klungel klungelaar kluns knoeier krukje pianokrukje poef prul slinger stoethasp stumper taboeret zweng zwengel

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn kruk ergens tussen steken (=ergens ter hulp komen)
Naar de spreekwoorden

13 definities op Encyclo
  1. stoel zonder leuningen vb: hij zat op een kruk achter de piano stok als steun bij het lopen vb: toen hij zijn been gebroken had, liep hij met twee krukken stok of handvat...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-ken), stok met een gaffelvormig bovenstuk (ten gebruike van lammen of kreupelen); zwengel (van een handmolen); deurknop (tot opend...
  3. Uit `De lagere vaktalen: Taal van post-, telegraaf- en telefoonpersoneel` 1914 den kruk omdraaien.
  4. Spreekwoorden: (1914) Een kruk, d.w.z. een onbedrevene, een sukkel; eig. iemand die op krukken gaat? vgl. Antw. Idiot. 187: krukke, spotnaam voor iemand die op krukken ga...
  5. De lamme helpt de blinde. Maar wanneer de lamme geen blinde ter beschikking heeft, dan kan hij een kruk goed gebruiken. De kruk is een stok, die zo gekozen is dat degene ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kruk:
krukaskrukassenkrukkenkrukkenkruiskruktkruktekrukten

Deze woorden eindigen op kruk:
deurkrukbarkruktapkrukpianokruk

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kruk (handvat; stok met dwarsstuk; stoel zonder leuning; onhandig persoon)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `kruk`.