de deugd

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [døxt]
Verbuigingen:  deugd|en (meerv.)

1) goede eigenschap die blijkt uit je gedrag
Voorbeelden:  `Zijn grote deugd is zijn trouw.`,
`Iedereen heeft zijn deugden en gebreken.`

2)
iets doet je deugd  (iets maakt je blij) `Het doet me deugd dat hij eindelijk zijn examen gehaald heeft.`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• van de nood een deugd maken (=zich naar de omstandigheden schikken)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  1. goede eigenschap vb: vriendelijkheid is zijn grootste deugd het doet me deugd [ik vind het fijn] lieve deugd! [uitroep van onsteltenis] de deugd in het midden [schertsend...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), gemoedsgesteldheid die ten goede drijft; braafheid; innerlijke waarde; een man van onverzettelijke -; hij vereenigde de -en v...
  3. •iets dat goed is in zedelijk opzicht.
  4. 1) Braafheid 2) Eerlijkheid 3) Eigenschap 4) Geneigd tot het goede 5) Goed zijn in zedelijke zin 6) Goede eigenschap 7) Goedheid 8) Het goed zijn in zedelijke zin 9) Hoed...
  5. Een deugd kan een positieve eigenschap zijn waar een bepaald persoon over beschikt. Het kan ook duiden op een ethisch goede manier van handelen. == Definitie van Aristot...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met deugd:
deugdedeugdelijkdeugdelijkheiddeugdendeugdzaamdeugdzaamheid

Deze woorden eindigen op deugd:
gedeugdondeugd

Herkomst volgens etymologiebank.nl
deugd (goede zedelijke eigenschap)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `deugd`.