dekken

werkw.
Uitspraak:  [ˈdɛkə(n)]
Vervoegingen:  dekte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gedekt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (iemand) beschermen
Voorbeeld:  `Hij dekt zijn vriendin tegenover de politie door te zeggen dat ze die nacht samen waren.`

2) willen betalen
Voorbeelden:  `Als je verzekerd bent, dekt de verzekeringsmaatschappij de schade.`,
`uitgaven dekken met inkomsten`
Synoniem:  vergoeden

3) (van verf) een ondoorzichtige laag geven
Voorbeeld:  `een goed dekkende verf`

4) voorkomen dat je tegenspeler met dezelfde positie in het veld de bal toegespeeld krijgt sport
Voorbeeld:  `Kom op meiden, blijf je man dekken!`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanschaffen afschermen bedekken beleggen bespringen dakdekken overkappen overwelven toedekken vergoeden

Spreekwoorden en zegswijzen
• zich met vijgenbladen dekken / Vijgenbladen zoeken (=nietige uitvluchten zoeken)
Naar de spreekwoorden

14 definities op Encyclo
  1. • [ov] voorzien van een dak • [ov] "de tafel ~" alles op tafel leggen en zetten voor het houden van een maaltijd • [ov] een verzekering voor een eventualiteit afges...
  2. (afdekken) Het afdekken van een plant als bescherming tegen vorst (of tegen licht).
  3. Zie ook cover. Het kopen van aandelen die men eerder heeft verkocht zonder ze in bezit te hebben. ( > beleggen > algemene terminologie)
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik dekte, heb gedekt), een dak met stroo -; de tafel -, het tafellaken opleggen; wees gedekt, ...
  5. echt Nederlandsche handelswoorden (1914):zekerheid geven voor betaling.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op dekken:
afdekkenbedekkenbovendekkenindekkenkuildekkenontdekkentafeldekkenoverdekkenscheepsdekkentoedekkenherontdekkenleidekkenwolkendekkenzadeldekken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
dekken (bedekken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `dekken` kennen.