bespringen

werkw.
Uitspraak:  [bə'sprɪŋə(n)]
Vervoegingen:  besprong (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft besprongen (volt.deelw.)

1) springen op (iemand of iets)
Voorbeeld:  `een prooi bespringen`

2) (iemand) vastgrijpen om seks te hebben
Voorbeelden:  `De stier bespringt een koe.`,
`Hij werd besprongen door dronken vrouwen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dekken

2 definities op Encyclo
  • 1) Aanvallen 2) Dekken 3) Laten dekken 4) Onverhoeds aanvallen 5) Rammelen 6) Treden
  • aanvallen, attaqueren
  • Toon uitgebreidere definities