het deel

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [del]
Verbuigingen:  delen (meerv.)

1) elk van de onderdelen van een geheel
Voorbeelden:  `een muziekstuk met vier delen`,
`Dat boek verschijnt in twee delen.`,
`Een deel van het leger sloeg op de vlucht.`
deel uitmaken van  (een deel zijn van) `deel uitmaken van het personeel van een bedrijf` Synoniem: behoren tot
ten dele  (voor een deel, niet helemaal) `We hebben ten dele gedaan wat we van plan waren.` Synoniem: gedeeltelijk

2)
ten deel vallen  (krijgen, ontvangen) `Er is mij een erfenis ten deel gevallen.` Synoniem:

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aandeel band basisbestanddeel bestanddeel boekdeel component dorsvloer element erfdeel erfenis fractie gedeelte ingrediënt onderdeel part stuk volume wat iemand erft

Spreekwoorden en zegswijzen
• ergens part noch deel aan hebben (=ergens niets van weten of niet aan deelgenomen hebben)
• er part noch deel aan hebben (=er niets mee te maken hebben)
• de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Is onderdeel uitmaken van correct? Zie Onderdeel / deel uitmaken van
  2. Wat is juist: het rechtmatig deel of het rechtmatige deel? Zie het rechtmatig deel / het rechtmatige deel


Intensiveringen
Hoe kun je deel krachtiger uitdrukken?
aanzienlijk deel;

12 definities op Encyclo
  • Een deel is de werkruimte in de stal of schuur van een boerderij. Via de deeldeuren konden de wagens naar binnen worden gereden om gelost of geladen te worden. De deel w...
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Deel``] Eene dikke plank hoofdzakelijk als zij tot daarstelling van eene vloer gebezigd wordt
  • •een element van een geheel, of een aantal elementen uit een geheel. •één uit een reeks boeken, films, enz... •plank-planken, dorsvloer.
  • wat kleiner is dan het totaal vb: je krijgt ook een deel van de winst de edele delen [geslachtsorganen] ten dele [gedeeltelijk] ergens deel van uitmaken [erbij horen] de ...
  • [Vergeten woorden] (v.) tepel [? deel ‘gedeelte’, ~ daaien ‘zogen’]
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met deel:
    deel indeel mededeel meedeel opdeel ronddeel uitdeelautodeelbaardeelbaarheiddeeldedeeldendeeleconomiedeelgemeentedeelgemeentendeelgemeenteraaddeelgemeentesdeelgenomendeelgenootdeelhebbendeellijn
    Toon alle woorden die beginnen met deel

    Deze woorden eindigen op deel:
    aandeelachterdeelbedeelbenadeelbeoordeelbestanddeelbevoordeelboekdeelbonusaandeelbordeelconcurrentievoordeeldagdeelerfdeelfideelgeslachtsdeelhoofdbestanddeelindeelintegendeelkindsdeelleeuwendeel
    Toon alle woorden die eindigen op deel

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. deel (gedeelte)
    2. deel (plank, vloer)