dateren

werkw.
Uitspraak:  [daˈterə(n)]
Vervoegingen:  dateerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gedateerd (volt.deelw.)

een datum zetten bij of op (iets)
Voorbeeld:  `een verslag dateren`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dagtekenen teruggaan teruggrijpen

Taaladvies
  1. Is het Die stoel dateert van de zeventiende eeuw of Die stoel dateert uit de zeventiende eeuw? Zie Dateren van / uit
  2. Wat is juist: antedateren of antidateren? Zie antedateren / antidateren
  3. Waar moeten de datum en plaats boven aan een brief staan: links of rechts? Zie Plaats en datum in brief: links / rechts


6 definities op Encyclo
  • • [ov] de datum van ontstaan bepalen • [inerg] uit een bepaalde tijd stammen • [ov] een datum ergens aan hechten.
  • er een datum op zetten vb: hij dateerde zijn verslag niet uit een bepaalde tijd stammen vb: dat boek dateert uit de vorige eeuw
  • Let op: Spelling van 1858 den dag opgeven, het jaartal en den dag der maand benevens de plaats vermelden. Dato, op den gezegden dag
  • 1) Dagtekenen 2) Teruggaan 3) Teruggrijpen 4) Van een datum voorzien 5) Verouderen
  • dagtekenen Jaar van herkomst: 1599 (Kil. App. )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op dateren:
    antedaterenantidaterenmandateren

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    dateren (dagtekenen)