dateren

werkw.
Uitspraak:  [daˈterə(n)]
Vervoegingen:  dateerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gedateerd (volt.deelw.)

een datum zetten bij of op (iets)
Voorbeeld:  `een verslag dateren`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dagtekenen teruggaan teruggrijpen

Taaladvies
Dateren van / uit: Is het Die stoel dateert van de zeventiende eeuw of Die stoel dateert uit de zeventiende eeuw?

7 definities op Encyclo
  1. • [ov] de datum van ontstaan bepalen • [inerg] uit een bepaalde tijd stammen • [ov] een datum ergens aan hechten.
  2. [Geschiedenis] vaststellen uit welke tijd iets afkomstig is, er een datum op plakken
  3. er een datum op zetten vb: hij dateerde zijn verslag niet uit een bepaalde tijd stammen vb: dat boek dateert uit de vorige eeuw
  4. op een zekertijdstip vaststellen
  5. Let op: Spelling van 1858 den dag opgeven, het jaartal en den dag der maand benevens de plaats vermelden. Dato, op den gezegden dag
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op dateren:
antedaterenantidaterenmandateren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
dateren (dagtekenen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `dateren`.