daags

bijwoord
Uitspraak:  [daxs]

1) iedere dag;
per dag
Voorbeeld:  `je medicijnen drie keer daags innemen`

2) op de dag
Voorbeeld:  `een televisieprogramma daags na Kerstmis`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
alledaags dagelijks gebruikelijk gewoon

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijwoord] iederen dag; hij wint een gulden -, per dag; -te voren, den dag te voren. ~ANKER, o. (-s), (zeew.) werpanker.
  2. dagelijks Jaar van herkomst: 1597 (WNT )
  3. •genitief van dag: "tweemaal daags" (tweemaal per dag).
  4. 1) Alledaags 2) Bijwoord 3) Bijwoord van tijd 4) Dagelijks 5) De dag te voren 6) Doordeweeks 7) Elke dag 8) Gebruikelijk 9) Gedurende de dag 10) Gewoon 11) Iedere dag 12)...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op daags:
alledaagseendaagshedendaagsachtdaagszevendaagszesdaagseensdaagseerdaagseerstdaags's daags's anderendaags

Herkomst volgens etymologiebank.nl
daags (dagelijks ; iedere dag, per dag)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `daags`.