dagelijks

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ˈdaxələks]

die of dat iedere dag weer gebeurt
Voorbeelden:  `De krant lezen behoort tot mijn dagelijkse bezigheden.`,
`dagelijks gaan sporten`
het dagelijks bestuur  (de leden van het bestuur met de algemene leiding)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
alledaags daags gebruikelijk geregeld gewoon

Taaladvies
  1. Het dagelijks / dagelijkse leven: Wat is correct: het dagelijkse leven of het dagelijks leven?
  2. Dagdagelijks / dagelijks: Is dagdagelijks een correct woord?


6 definities op Encyclo
  1. iedere dag Jaar van herkomst: 901-1000 (WPS )
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijwoord] alle dag, iederen dag. ~SCH, [bijvoegelijk naamwoord] alle dag; dat is zijne -e gewoonte; de -e omwenteling der aarde om har...
  3. elke dag vb: ik zie hem dagelijks ik kan voorzien in mijn dagelijkse behoeften [genoeg geld verdienen om van te leven] het dagelijks bestuur [het bestuur dat alle lopende...
  4. •iedere dag voorkomend: "ons dagelijks brood". •iedere dag; "hij leest dagelijks de krant".
  5. 1) Alledaags 2) Alledag 3) Bijwoord 4) Bijwoord van tijd 5) Daags 6) Elke dag 7) Gebruikelijk 8) Geregeld 9) Gewoon 10) Iedere dag 11) Iedere dag dienstdoend 12) Iedere d...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op dagelijks:
dagdagelijks

Herkomst volgens etymologiebank.nl
dagelijks (iedere dag terugkomend)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `dagelijks` kennen.