de zondebok

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  zɔndəbɔk]
Verbuigingen:  zondebok|ken (meerv.)

iemand die de schuld krijgt van iets
Voorbeeld:  `Na de verloren wedstrijd wees de trainer de scheidsrechter aan als zondebok.`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• de zondebok zijn (=ergens de schuld van krijgen)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  1. iemand die de schuld krijgt van alles vb: hij is altijd de zondebok
  2. Spreekwoorden: (1914) Zonde(n)bok. Het woord zelf is niet aan den Bijbel ontleend3), maar is gevormd naar aanleiding van hetgeen verhaald wordt in Lev. XVI: 8, 10, 22, 23...
  3. 1) Die van alles de schuld krijgt 2) Iemand die altijd de schuld krijgt 3) Iemand die overal de schuld van krijgt 4) Iemand die van alles de schuld krijgt 5) Lampist 6) P...
  4. [Geschiedenis] Iemand die van iets beschuldigd word zonder dat hier (echt) bewijs voor is.
  5. iemand die de volledige schuld krijgt en bestraft wordt voor iets wat verkeerd gaat, ook als hij die verantwoordelijkheid met anderen deelt of als die beschuldiging onter...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zondebok:
zondebokken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zondebok (die van alles de schuld krijgt)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `zondebok`.