blesseren

werkw.
Uitspraak:  [blɛ'serə(n)]
Vervoegingen:  blesseerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geblesseerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

een verwonding of kneuzing bezorgen
Voorbeelden:  `Hij is geblesseerd en speelt niet mee .`,
`Hij blesseerde de keeper.`

Zie ook:  geblesseerd

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bezeren kwetsen schaden verwonden

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 wonden, kwetsen. Blessuur, wonde, kwetsuur
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik blesseerde, heb geblesseerd), kwetsen; wonden.
  3. 1) Beledigen 2) Bezeren 3) Kwetsen 4) Schade berokkenen 5) Schaden 6) Verwonden 7) Wonden 8) Zich verwonden
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
blesseren

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `blesseren`.